Peuteren en rondkleuteren

Vroeger donker, gezellig kaarsjes aansteken in huis.

Ik pak een nieuwe stompkaars uit de kast. Daar loop ik mee naar het aanrechtblad in de keuken om de plakkerige wikkel te verwijderen zodat die hele boel niet in de fik vliegt wanneer die kaars de nodige gezellige warme verlichting moet gaan bieden.

Ik concentreer me om de wikkel los te peuteren en dan hoor ik gestommel in de serre.

Mijn brein is ondertussen getraind om mijn benen direct in die richting te bewegen van waar dat soort geluiden komen sinds we een Duitse Staande Korthaar in ons midden hebben.

Vlot sta ik voor de kast waarvan ik blijkbaar de deur open heb laten staan na het pakken van de kaars.

Nu hangt er een hond met hele grote oren half op de middelste plank tussen het inpakpapier en de cadeau tasjes.

"Oké cadeautje, kom uit die kast", roep ik op vrolijke toon.

Dat doet ze met souplesse en in die soepele beweging pakt ze zeer behendig een pak met nieuwe ansichtkaarten mee die daar blijkbaar ook tussen lagen.

Als een speer, PostNL zou zeer tevreden zijn met deze snelheid, rent ze naar de mand in de woonkamer en ligt dan ondersteboven te spelen met het pak kaarten.

"Kom het maar terugbrengen, hier", roep ik op vrolijke toon.

Mooi niet, mijn brein stuurt me vlot richting de mand om giechelend het pakje kaarten daar van haar aan te pakken. En terwijl ik de titelsong van Pieter Post, jeugdsentiment, begin te zingen loopt Dakota zelfverzekerd mee terug naar de kast om het pak kaarten daar weer in te leggen en de deur te sluiten.

En die grote bruine neus duwt dan nog even na tegen die net gesloten deur.

De kaars staat nog stompig te zijn op het aanrechtblad.

Ik peuter het begin van de wikkel los, wanneer dat beginstuk los is gaat het vervolgens makkelijk om de wikkel eraf te halen.

Die wikkel leg ik even neer op het aanrecht en ik doe een stap opzij om de kaarsenhouder te pakken waar ik de kaars in ga zetten.

Terwijl ik me omdraai zie ik dat de wikkel net een stukje over het randje ligt. En meteen ook op dat moment zie ik een grote bruine neus richting de wikkel gaan en dan zit het wikkel half op de neus en voorhoofd van Dakota.

"Oh, wat ben je mooi", zing ik voor haar. En al dansend richting de prullenbak verwijder ik de wikkel van haar voorhoofd waarbij ik toch even moet denken aan een waxstrip en daar dan vervolgens de slappe lach van krijg.

De kaarsenhouder is compleet ingericht en staat gezellig te zijn op een uitgekozen plekje in huis.

Ik werp een blik om de hoek de woonkamer in, wat is daar nu toch gaande.

Duggan ligt op de bank en Dakota trekt het kleed, waar hij op ligt, onder hem vandaan.

Met dat kleed springt ze richting een mand en verrast Beertje daar met een soort mislukte parachutesprong.

Beertje oordeelt vakkundig dat dit niet de bedoeling is en geeft een snauw en een grauw richting de nieuwbakken parachutiste Dakota.

Duggan weet wel raad met een parachute die op de verkeerde plek is geland en trekt resoluut aan het kleed om Beertje te bevrijden.

Dakota laat haar parachute achter, doet een paar stappen achteruit en gaat vanaf die positie allerlei dingen naar Duggan en Beertje roepen.

Ik versta er niets van, sowieso is er niets anders meer te horen dan het geblaf van Dakota.

Ik beweeg me iets naar voren en met de juiste timing, net wanneer het een seconde stil is, zeg ik "oké, genoeg met dat rondkleuteren, klaar".

Die hele zin uitspreken is onzin, 'klaar' is hetgeen wat de honden kennen als signaal om te stoppen. Maar rondkleuteren is zo leuk om te zeggen, prima reden om die hele zin op te sommen.


"Kom jongens, we gaan lekker gezellig doen".

De kaars brand, wat knopjes van sfeerverlichting zijn ingedrukt en regen tikt op het serre dak.

Met een kop thee in de hand land mijn achterste op de bank. Tegelijkertijd springt Duggan naast me op de bank en gooit zijn hoofd op mijn schouder.

Beertje draalt bij de bank heen en weer en ik vraag haar "wil je er ook op?".

Ze staat stil en positioneert zich dusdanig dat ik haar door een ' kontje' te geven elegant op de bank zwier.

En daar komt Dakota. In haar loop schat ze de plaats verdeling op de bank in.

Ze springt op de grote poef en stapt gracieus en weldoordacht op mijn schoot.

Ploft neer, met haar neus in mijn nek. Mijn oor krijgt een wasbeurt, ze zucht diep en valt in slaap.

Duggan is afgezakt en zijn hoofd hangt op het stukje schoot van mij wat nog over is en ligt ook al te slapen.

Beertje friemelt nog wat en vindt daardoor de ideale positie om te liggen, ogen gaan dicht en een paar minuten later snurkt ze tevreden.

Mijn hoofd valt naar achteren, de ogen gaan dicht en ik gniffel nog even over het beeld wat ik voor me zie.

Dakota die met haar parachute bijna landingen maakt in de buurt van de hoofden van mensen op straat en ze de stuipen op het lijf jaagt door landingsbanen op hun hoofden te waxen. Duggan die de mensen vakkundig in positie houdt door aan hun kleding te trekken zodat ze blijven staan en Beertje die zo enorm hard de titelsong van Pieter Post zingt dat iedereen van schrik de ogen sluit zodat ze de parachutiste niet aan zien komen.

"Oké, genoeg met dat rondkleuteren, klaar !"

Voor degenen met ook dat jeugdsentiment, zing zo hard je kan:


Pieter Post Pieter Post met z’n poes verdient de kost In z’n rode wagen Zon of regenvlagen Brieven, pakjes brengt hij door het land


Pieter Post Pieter Post met z’n poes verdient de kost Vogels in de bomen Zien hem fluitend komen Pieter is als vriend steeds bij de hand


Ieder kent z’n mooie rode kar Al z’n klanten zwaaien naar hem en lachen Wie weet brengt hij jou ook wat Hoor je klop - de post! Kijk gauw op de mat


Pieter Post Pieter Post met z’n poes verdient de kost Vogels in de bomen Zien hem fluitend komen Pieter is als vriend steeds bij de hand